Culturele Zondag – Soldatenplaten en minimuseum Luisterpost

Is het een afluisterploeg de terug komt van de luisterpost in het bastion bij de Vijfde uitgang?
Wel moet ook heel de toren op de foto natuurlijk, dus de fotograaf is uit het goede hout gesneden.
Foto Regionaal Archief Gorinchem, via FaceBook ‎Oud Gorinchem, Rita Overweel van Horssen.

A.s. zondag 12 mei 2019 is het weer Culturele Zondag
Minimuseum de Luisterpost in buurthuis de Aanlegsteiger is open van 13:00 tot 17:00 uur.
Adres: Vissersdijk 30 in Gorinchem.

Wat is er te zien?

  • Op de 1e verdieping hangen Soldaten Platen, een serie kiekjes van militairen van het garnizoen van Gorinchem in de 19e en 20e eeuw.
    Met o.a. soldaten van:
    – de Vestingartillerie.
    – de Marine.
    – de Torpedisten.
    – de Verbindingsdienst.

Verder natuurlijk de geschiedenis en apparatuur van het radio-afluisteren in Gorinchem tijdens de Koude Oorlog.

Hopelijk tot ziens.
De Werkgroep Vesting Gorinchem,
onderdeel van de Historische Vereniging Oud-Gorcum.

Advertenties

De vesting Gorinchem in 1842

We zullen bespreken wat er op dit kaartfragment te zien is a.d.h. van een rondgang in vergrote fragmenten van de vesting. Wat nu al opvalt is, dat er veel lege groene ruimte binnen de vesting is. U kunt op uw computer al dit plaatje vergroten, door er een paar keet op te klikken.

Maar eerst wat gegevens over deze kaart van 1842, afkomstig uit ons zeer gewaardeerde Nationaal Archief.

Maker en datum.

Hier zien we het Paardenwater, met links Bastion 2 nog in zijn oude gedaante, voordat het kanaal naar Amsterdam (Merwedekanaal) werd gegraven. Interessant is, dat deze kaart wat laat zien van de opstellingen van het geschut, toen dat nog ouderwetse gladde loop voorlaadkanonnen waren.
In de Saillant (punt) zien we een verhoogd geschutsplatform (geschutsbank) met opritjes. En in de rechterflank van bastion 2, bij de letter f, een gemetseld buskruitmagazijntje, zoals er nu nog 2 overgebleven zijn, 1 in de wal bij de Duivelsgracht en 1 in de Dalemwal, richting Vijfde Uitgang.

Nog wat verder naar rechts, de Arkelpoort met 2 ophaalbruggen  voor de poort. Daarboven nog een verdedigingswerk, een z.g. Redan.

Verder naar rechts Bastion 1, met geschutbanken in de Saillant en in de schouder van de rechter Face naar de rechter Flank.
Ook binnen het Bastion nog een verhoogd geschutplatform waar ook korenmolen Nooit Volmaakt (die toen nog niet die naam had) op staat. In vestingtermen heet dit een Chevallier, of gewoon Kat.

Boven de punt van Bastion 1 de aarden dam met Steenen Beer en daarboven de Sluis met waaierdeuren en de brug van Ceelen, met daarboven 2 geschutsbatterijen ter verdediging van de sluis en het bestrijken van de Arkelsedijk, met het binnentalud en het buitentalud van de Dijk en de uiterwaard van de rivier de Linge.

Verdergaand langs de vesting met de bastionnummering mee en tegen de klok in:
Beneden Bastion 3 (wat er nu niet meer is) met in rood aan de rechterflank een klein buskruitmagazijn.

Verder een geschutsbank op de rechter schouder en in de Saillant van Bastion 3. Verder omhoog zien we dat de Kanselpoort al gesloopt is en in plaats daarvan een Coupure in de vestingwal zit, met daarnaast het wachtgebouw, wat nu op zichzelf aan het begin van de Westwagenstraat staat. Eind 19e eeuw is de vestingwal iets naar buiten gelegd, dus we zien hier mooi, hoe de situatie voor die tijd was.

Rechts aan het eind van de brug is een verhoogd gedeelte, wat in de 18e eeuw nog een Ravelijn (verdedigingseilandje in de gracht) was. Rechts daarvan de Schelluinsekom, het eind van de Schelluinsevliet, waar de schepen met handel van uit en naar de polder aanlagen.

Middenboven bastion 4 in zijn originele vorm (het bastion, waar nu de Caponnière aan zit).
Hier een geschutsbank in de Saillant van het bastion. Vanaf de geschutsbank kon men met kanonnen de kanaaldijk bestrijken en het dijktalud aan weerszijden.

Rechts zien we een groot rood gebouw met een letter aangegeven, dit is de in 1826 gebouwde Willemskazerne.

We zien hier ook een Steenen Beer, die er nu niet meer is. Rechts is het kanaal van Steenenhoek, wat hier in de vestinggracht uitkomt. Toen dit kanaal rond 1819 werd aangelegd, moest ook deze Steenen Beer gemaakt worden, om het fluctuerende waterniveau van het kanaal te scheiden van de vestinggracht.
Het kanaal diende om het teveel aan water ten oosten van Gorinchem af te voeren naar een lager punt bij de Merwede bij Hardinxveld.

Zo, de kaart even gedraaid met het noorden boven. Nu zien we rechts nog net de Steenen Beer aan Bastion 4. Nu is links in beeld het Hoornwerk uit 1600, waarvan de wal (dijk) nu nog steeds bestaat bij de Waterpolitie en Mercon Steel. Hij heet ook nog steeds de Krinkeldewinkel. In de rechter hoorn bij de Wolpherensedijk is een geschutsbatterij ingericht met ook een stenen gebouwtje, wat waarschijnlijk ook een buskruitmagazijntje is. Aan de binnenzijde van de Wolpherensedijk langs het kanaal is ook nog een kleine geschutsbank.

Rechts van het midden van dit kaartfragment de Veerweg, waarop boven de brug over het kanaal aansluit en beneden een T-kruising met de Oude Wolpherensedijk, iets rechts daarvan was het grote veer over de Merwede naar Sleeuwijk.

Rechts zien we een wiel, volgens de kaart ontstaan tijdens een dijkdoorbraak in 1663, dus een dijkdoorbraak, heel dicht bij de stad.

Links Bastion 5, met een geschutsplatform in de Saillant en ook een buskruitmagazijntje.

Het grote rode vlak b. is het Arsenaal (Tuighuis) met bijbehorend terrein aan de Boerenstraat.

In de Saillant van Bastion 6 bij de Steenen Beer zien we een hoge gechutsbank, bedoeld om met kanonnen de rivier te bestrijken. Het rode gebouwtje was later een afzonderingsruimte voor tuberculose patiënten.

Bij D zien we weer een klein buskruitmagazijntje uit het eind van de 18e eeuw, wat nu nog bestaat en in de zomer schuil gaat tussen het Groot Hoefblad.

C is de Tolkazerne uit 1598 en B zijn de Affuitloodsen uit 1838.
Rechts de Waterpoort.

Ook is hier te zien, dat het Wilhelminapark en de huidige ruimte Buiten de Waterpoort er helemaal nog niet is, maar alleen een smalle kade met pad vanaf de dijk bij de Steenen Beer naar de Waterpoort.

Op het oostelijk havenhoofd is de karakteristieke runmolen de Eéndracht aangegeven. Verder naar rechts het kleine Bastion 7, met een drukke inrichting met de voormalige molen Nooit Volmaakt in het midden en 3 geschutsbanken langs de borstwering, Rechts voor flankering van de Altenawal, in de punt voor het bestrijken van de rivier en rechts voor het flankeren van de Zalmhaven en de Dalempoort.

Voor het bruggetje naar de Dalempoort is een soort hoekig vak, dat heet een Redan en was ook een opstelplaats voor geschut. Bij dit Redan begint ook het Glacis met bedekte weg, wat tot aan het grachtje van Ravelijn 1 loopt. Sinds 1815 loop hier ook de Dalemsedijk, recht over het Ravelijn. In de bedekte weg langs de buitenzijde van de gracht zijn ook dwarsheuveltjes te zien, Traversen genoemd. Deze werden sinds eind 17e eeuw gemaakt toen de Franse belegeraar en vestingbouwkundige Vauban het Enfilerend vuur had bedacht. Dat was parallel schieten met rechte delen van de vestingwerken, zodat een hele rij geweerschutters, achter de borstwering staande met één schot geraakt kon worden.

Op de punt van Bastion 8 is korenmolen De Hoop te zien en ook een verhoging met borstwering op het bastion. Dit heet in vestingtermen een Cavalier, in het Nederlands een “Kat” genoemd. Dat was een verhoogd platform voor geschut. Achterin de Kat zijn 2 buskruitmagazijnen gebouwd, met rood aangegeven. Dat zijn de Kruitmagazijnen die tegenwoordig voor expositie van moderne kunst gebruikt worden door Symposion.

Het Ravelijn rechts is ook voorzien van borstweringen met geschutbanken. Deze geschutbanken zijn op dezelfde hoogte als de Dalemsedijk, dus een oprit voor de kanonnen is niet nodig.

In Bastion 9 en 10 is een geschutsbank in de Saillant (punt) en rechts is de bedekte weg te zien met Glacis, wat zigzag om de bastions en ravelijnen doorloopt tot aan de Linge.
In de binnenknikken is telkens een wat grotere ruimte met aan weerszijden een Traverseheuvel.
Dit heten wapenplaatsen, waar eventueel ook geschut opgesteld kon worden en ook konden deze Wapenplaatsen op zich verdedigd worden, indien de aanvaller was doorgedrongen tot de bedekte weg.

Te zien is, dat het Ravelijn aan de voorzijde ook is voorzien van een wal met borstwering en een geschutsplatform in de Saillant. Ook is hier een buskruitmagazijntje ingetekend.

Verder is in de stad te zien, dat de Visserslaan een iets verhoogde weg is tot aan de Vissersdijk, die uiteraard ook hoger is en aan weerszijden bomen heeft.
De sloten onderaan de vestingwal lopen ook langs de Visserslaan de stad in en hebben via duikers (q) onder de Vissersdijk door een verbinding met het kleine haventje.Links langs de Vissersdijk loopt het Kleine haventje boven overkluisd met een heul tussen de Vissersdijk en de Blauwe Torenstraat.

Links onder op de kaart is het eind van de Kalkhaven, die is overkluisd met de Vismarkt en loopt daarna versmald naar het Kleine Haventje. Rechts daarvan wordt ook het Kleine Haventje nog een keer overkluisd door de Burgtstraat. Al deze overkluizingen of Heulen waren vrij hoog, zodat er met platte schuiten onderdoor gevaren kon worden.

Tussen de Vissersdijk en de vestingwal zijn bleekvelden en boomgaarden.
Boven de boomgaard boven de bleekvelden is nog een letter (p) te zien. Hiermee wordt de Poterne (onderdoorgang door een hoofdwal) aangegeven.

Nu als laatste Bastion 11 (in het midden). Het rode gebouw is het Groot Kruitmagazijn gebouwd in 1838. Vanaf dat Groot Kruitmagazijn lopen ook twee riolen/duikers  naar de uitloper van het Kleine Haventje. Daardoor lijkt het of er een gracht om het Groot Kruitmagazijn ligt. Er is echter geen bruggetje getekend naar het gebouw. Dus de riolen zullen wel regenafvoer zijn voor het dak. En de lijn om het gebouw een omheining.

In de Saillant van het bastion is een geschutbank en in de hoek met de linkerflank ook. Daarmee wordt de brug en het sluisje (m) in de Spijksedijk, tussen de vestinggracht en de Linge bestreken, tevens de toegang tot het sluisje van de Kleine Haven naar de Linge en de toegang tot de Lingehaven.

Middenboven bij de letter (N) is een geschutbatterij te zien met borstwering op- en naast de Spijksedijk. Deze dienen om de dijk en het binnentalud van die dijk te bestrijken.

Iets naar onderen bij letter (n) is het sluisje (wat recent gerestaureerd is) te zien. Dat is de uitwatering van de Vurense polder, die helemaal hierheen werd geleidt.

Linksmidden is de Korenbrug te zien met waaiersluis en uiterst links de Zaagmolen aan de Lingehaven en de Kortendijk.

Zo ben ik de vesting helemaal rond gegaan. Een heel verhaal, maar het is dan ook voor de echte liefhebber.

M.v.g.,
Hugo Ouwerkerk
Werkgroep Vesting Gorinchem
onderdeel van de Historische Vereniging Oud-Gorcum.

 

Fort Vuren 1842 en verder ….

Fort Vuren, gebouwd tussen 1841 en 1844, op deze kaart van 1842 in de oorspronkelijke vorm met een ronde Redoute en een separate geschutsbatterij, als vestingterm voor dit laatste verdedigingswerk wordt “Lunet” gebezigd.

De geschutsbatterij (kortweg Batterij) is aan 3 zijden voorzien van een wal met borstwering, met daarachter een breed platform, voorzien van 2 opritten voor het plaatsten van geschut.
Van buiten naar binnen gezien: de gracht (blauw), het talud van de wal (geelgrijs), de borstwering heeft (van buiten naar binnen) een smalle Plongé (groen bovenvlak), flauw oplopend tot het hoogste punt; de vuurlijn (zwarte lijn), daarna steil aflopend (geelgrijs) en dan het platform voor het opstellen van geschut. Dat geschut was in die tijd nog voorlaadgeschut met gladde loop, wat met ronde kogels schoot en een bereik had van maximaal 2 km. Deze Batterij diende dan ook voor het bestrijken van een strook terrein aan de binnenzijde van de dijk, die bij het stellen van de inundatie droog bleef en van de kaden van de uitwatering.

De ronde Redoute ligt midden in de rivierdijk en is ook voorzien van een wal, met borstwering en geschutsplatform, idem als de Batterij.
Op de ronde Redoute is van 1847 tot 1849 een geschutstoren gebouwd (zoals die toen in de mode waren), ter verdediging van de rivier de Waal en het omliggend terrein. Fort Vuren was nu een “Torenfort” geworden. In het torenfort is heden ten dage nog de oude ingang te zien en ook de oude brughoofden van de ophaalbrug.

Tussen 1873 en 1879 zijn beide verdedigingswerken bij elkaar getrokken tot één fort, omgeven door een gracht. Door de plotselinge ontwikkeling van het geschut en verbetering van het buskruit in het 3e kwartaal van de 19e eeuw, was het blote metselwerk van de geschutstoren te kwetsbaar geworden.

De bovenverdieping van de toren werd afgebroken en er werd een laag grond bovenop gelegd. Aan de zijde, waar de meeste kans was, dat er vijandelijke granaten aan kwamen vliegen, werd een ring bomvrije gebouwen gemaakt met een dikke laag aarde er tegenaan en bovenop. Zo werd de geschutstoren tegen directe treffers op de muren afgeschermd. Het werd een veilige bomvrije kazerne en opslagplaats en de capaciteit daarvan werd nog eens verder uitgebreid met de bomvrije gebouwen in de beschermingsring.
Er werd nog een buitenwal omheen gelegd, die ook aansloot op de wal van de Batterij.
De wal werd voorzien van geschutsopstellingen, voorzien van beschermingsheuveltjes tegen zijdelings invallend vuur, z.g. Traverseheuvels.

In de Batterij werd een bomvrije kazerne met kanonremises en een buskruit/projectielen opslagkelder gebouwd. Immers, het was nu de tijd van de moderne scherfgranaat en steeds meer artillerie geworden en wanneer het (nu langgerekte fort) aangevallen zou worden, dan zou het door het vele schieten van de artillerie van de aanvaller onmogelijk zijn om heen- en weer te lopen en munitie aan te voeren. De batterij moest dus voor enige tijd zelfstandig zijn werk kunnen doen met niet alleen voldoende munitie voorhanden, maar ook onderdak, slaapplaatsen, drinkwater en proviand voor de bemanning.
Hetzelfde gold voor het torenfort gedeelte van fort Vuren.

Breng eens een bezoek aan fort Vuren. Er is een heerlijk terras en u kunt er bijna altijd in de toren kijken en door alle ruimten struinen. Ook is in de de toren het WO2 & Vliegeniersmuseum Rivierenland gevestigd met een mooie aangrijpende collectie voorwerpen en verhalen.

M.v.g.,
Hugo Ouwerkerk
Werkgroep Vesting Gorinchem

Expositie polder en Hollandse Waterlinie

De Oude Hollandse Waterlinie bij Gorinchem.

Expositie “De polder en de Oude Hollandse Waterlinie” in korenmolen De Hoop

De Werkgroep Vesting Gorinchem van de Historische Vereniging Oud-Gorcum heeft een expositie gemaakt met als onderwerp “De polder en de Oude Hollandse Waterlinie”.

De expositie bestaat uit 21 mooie platen, welke (tevens voorzien van een korte tekst) de geschiedenis vertellen van het ontstaan van de polders en het latere gebruik van het water en de waterhuishouding van de polders als offensief middel en als verdedigingslinie.

De expositie wordt ingericht op de 2e verdieping van korenmolen De Hoop, Dalemwal 21 te Gorinchem en is onderdeel van activiteiten in het kader van de promotie van de Oude Hollandse Waterlinie in de aanloop naar het Waterliniejaar 2022.

Gorinchem was de grootste en strategisch meest belangrijke vestingstad in de Oude Hollandse Waterlinie, echter in het rampjaar 1672 had de prins van Oranje zijn hoofdkwartier bij Bodegraven, dicht bij de zwakke punten in de waterlinie. Dat waren de Woerdenscheverlaat, Nieuwerbrug en Goejanverwellesluis. In Gorinchem werd de meest ervaren veldheer, maarschalk Wirtz aangesteld als bevelhebber over de Waterlinie, vanaf de Lek t/m het Land van Altena. Wilt u meer weten kom dan kijken!

Op zaterdagmiddag 30 maart zal wethouder Dick van Zanten de expositie openen en met ingang van zondag 31 maart is deze gratis toegankelijk voor publiek. Molen De Hoop is op zaterdag en zondag open van 11:00 tot 16:00 uur en dezelfde tijden doordeweeks bij voldoende wind, echter niet met storm. De expositie duurt tot september.

De Stichting tot Instandhouding van Molens in de Alblasserwaard en de Vijfheerenlanden  (SIMAV) met molenaar Ton v/d Heuvel terplaatse is de gastheer van deze expositie.

Weer een limietpaal uit 1835 gevonden.

Rondom de vesting staan aan de binnen- en buitenkant van het vroegere militaire gebied zogenaamde limietpaaltjes, ook wel paaltjes van oorlog genoemd. In totaal waren er ruim 270 paaltjes. Op iedere paal staat een grote letter O, van oorlog en daaronder een nummer. De meeste zijn in verloop van de tijd verdwenen door aanpassingen en werkzaamheden. Inmiddels waren er 22, verspreid over de wallen aangetroffen. Dat zijn er nu dus 23, door de vondst van paal nummer 188.  Deze staat onder aan de wal langs het Merwedekanaal. De paal is bijna helemaal onder de grond verdwenen en de bovenkant is flink beschadigd door maaiwerkzaamheden. Voor de foto is een gedeelte vrijgegraven en daarna weer dichtgegooid.O188_14

Hopen grond op de vestingwal!

Sinds eind december is men aan het werk op Bastion 2, achter parkeergarage Kweeklust. Weer een hotel? Of misschien wel een hoge woontoren?
Gelukkig niet. De oplettende wandelaar kan zich misschien nog herinneren, dat hier wat vage heuveltjes waren. Dit waren overblijfselen van een geschutsbatterij uit het eind van de 19e eeuw. In het kader van het in 2017 aangenomen vestingplan wordt deze nu gerestaureerd, zodat de wandelaar weer kan zien, waar de vestingwal voor diende en hoe deze werd gebruikt.

Fragment vestingplattegrond Gorinchem, behorende bij het Genie Register 1897.

Nadat dit deel van de vestingwal in 1926 werd overgedragen van het Ministerie van Oorlog aan de gemeente, is er nooit meer grond opgebracht en is de vestingwal aardig ingezakt. Daarom was het nodig om over het hele gedeelte van de restauratie tussen 0,5m en 1m grond op te brengen. Het grove werk is nu gedaan en moet ook nog wat inklinken. Eind maart start de fijnafwerking en gras inzaaien, zodat in mei alles weer mooi groen is. Het is de bedoeling, om er t.z.t. ook enkele kanonnen op te stellen.

Werkgroep Vesting Gorinchem bezoekt het Geniemuseum

In het museum o.a. deze foto: Pontonniers slaan in 1917 een pontonbrug over de Merwede tussen de Punt te Gorinchem en de rivierdijk in de haven van Sleeuwijk. De brug had een lengte van 938 m; een Huzarenstukje!
In het museum was ook een maquette aanwezig van dat type brug.

Het Geniemuseum te Vught bleek een heel leuk en interessant museum te zijn, wij hadden hiervoor 2 uur gereserveerd, maar het werden er bijna 4. De link met de Gorinchemse geschiedenis is, dat er in Gorinchem diverse onderdelen van de Genie langdurig gelegerd waren. De Genie was de bouwkundige en technische afdeling van het leger. In Gorinchem zetelde de “Eerstaanwezend ingenieur der Genie” en die ging over alle grond, bouw- en techniekaangelegenheden (dus ook over de verdedigingswerken) in de Nieuwe Hollandse Waterlinie vanaf de lek tot de Merwede, plus het Land van Heusen en Altena. Verder “lagen” in Gorinchem de Torpedisten, een afdeling Pontonniers, later de Vaar- en Duikerschool en een Munitie Renovatie compagnie. Dit waren allemaal onderdelen van de Genie van de Landmacht. En hiervan is dus veel te zien in dit museum.