Bewapening

 

Ontwikkeling van de bewapening en de vestingwapens


Dit is een beschrijving van de ontwikkeling van de aanvalswapens, welke van invloed waren op de ontwikkelingen in de vestingbouw.
En ook een specificatie van de wapens toegepast in de vesting Gorinchem voor verdediging van de vesting en voor oefening van het garnizoen.


De ontwikkeling van de artillerie

IMG_1594

De vestingwerken zijn niet alleen gemaakt, om een vijand de toegang tot de stad te ontzeggen, maar vooral om een vijand op afstand te houden en het gebied te controleren. Daarom waren die vestingwallen ook juist geschikt gemaakt om kanonnen op te kunnen opstellen.

De vestingbewapening is een belangrijk aspect, bepalend voor de inrichting van de vestingwallen en het oefenen hiermee was de rode draad in het leven van de soldaten binnen de vesting.

Van het begin van de 16e eeuw tot de 2e helft van de 19e eeuw was er geen bijzondere ontwikkeling van het geschut. Kanonnen hadden aan de binnenzijde een gladde loop, welke vanaf de voorzijde gevuld werd met een drijflading van buskruit en een ronde ijzeren kogel. Die kogel was massief, of hol en gevuld met buskruit, of gevuld met buskruit en kleine kogeltjes.
Het soort kanonnen, zoals nu tentoongesteld op de vestingwal, waren dan ook tot bijna het einde van de 19e eeuw gebruikelijk bij de vestingartillerie. De kanonnen stonden niet constant op de wallen opgesteld, maar alleen bij oefening of bij dreiging van oorlog. In de tussentijd werden ze opgeslagen in remises, loodsen en arsenalen.

 

Granaten begin 19de eeuw

Hier zien we een voorbeeld van de kanonmunitie in de 1e helft van de 19e eeuw.
De kogel kon ook een holle kogel zijn, gevuld met buskruit, of een combinatie van buskruit en kleine kogeltjes, of in plaats van met een kogel, kon men ook schieten met een blikken bus met kleine kogeltjes.
We zien op het plaatje ook mallen, om de juiste maat kogel voor een bepaald kaliber kanon te nemen. Inmiddels was men op het Europese vasteland overgegaan op het metrische stelsel en werden de kalibers van de kanonnen in centimeters uitgedrukt. De maat werd genomen aan de binnenzijde van de kanonsloop.

 

Granaat to kanon 21cm ijzer

Sinds halverwege de 16e eeuw was er aan het geschut weinig verandert, maar tussen de 2e helft en het einde van de 19e eeuw deed zich ineens een stormachtige ontwikkeling van het geschut voor. In chronologische volgorde gebeurde het volgende:

  1. Het rookzwak buskruit (ook wel schietkatoen genoemd) werd uitgevonden. Dit gaf niet alleen minder rook, maar ontbrande ook langzamer, waardoor er meer schietdruk werd opgebouwd achter de kogel, waardoor de kracht en het bereik van het geschut toenam.
  2. De uitvinding van het getrokken geschut (spiraalsgewijs getrokken groeven in de binnenzijde van de loop). Een ronde kanonskogel ging namelijk op den duur zwabberen, door de luchtweerstand. Dit wordt verholpen door de gedraaide groeven, hierdoor gaat de kogel om zijn eigen as draaien, wat een gyroscopisch effect geeft, waardoor de kogel recht blijft vliegen.  Om dit te bereiken, moest de kogel van nokken worden voorzien, die in de groeven in de kanonsloop grepen. De kogel werd dus sigaarvormig, met nokken op het rechte deel (zie plaatje). Al snel werd dat grove systeem verfijnd, tot in de loop rondom veel fijne groeven en in plaats van nokken, kreeg de kogel (granaat) een zacht metalen band, welke in de groeven greep. Hierdoor kon men preciezer schieten en ook het bereik van het geschut werd hierdoor nog groter.
  3. In 1870 werd algemeen het achterlaad geschut ingevoerd. Hierdoor kon men makkelijker en sneller een kanon laden en dus sneller achterelkaar schieten.
  4. Uiteindelijk werden moderne springstoffen uitgevonden. Deze werden als vulling van de kogel gebruikt. Daarmee was in 1880 de brisant granaat een feit en werd deze in 1885 algemeen ingevoerd.
    De explosieve kracht van de springstof in deze granaten was meer dan 10x groter dan die van buskruit.
    Hierdoor waren de “bomvrije” gebouwen plotseling niet meer “bomvrij”.
  5. In 1897 werd in Frankrijk het eerste kanon met een goed werkende hydraulische reminrichting uitgevonden. De terugslag werd opgevangen door veren en het terugveren werd door hydraulische dempers gedempt, zodat de kanononsloop weer rustig naar de beginpositie terug bewoog. Hierdoor bleef het kanon op zijn plaats staan. Men hoefde het kanon niet meer na elk schot goed te zetten en te richten. Men kon dus nog sneller achter elkaar schieten.

 

Gatling_gun 2

In 1861 werd de eerste bruikbare mitrailleur uitgevonden, door de Amerikaan Richard Gatling. Het wapen werkte met 6 ronddraaiende lopen, welke beurtelings werden geladen en afgevuurd door een mechanisme, wat met een slinger handmatig werd aangedreven.

Gardner mtitrailleur replica
Dit is een mooie replica van de Gardner M90 mitrailleur.

Eind 19e eeuw kreeg Gorinchem 10 Gardner mitrailleurs in de bewapening.
De Gardner mitrailleur werd in 1874 uitgevonden in Amerika door William Gardner en in 1877 nog wat verbeterd.
Het was na de Gatling Gun één van de eerste mitrailleurs en het laad- en afvuurmechanisme was ook nog met de hand aangedreven, door middel van een slinger. Deze uitvoering van de Gardner M90 had twee lopen, om oververhitting tegen te gaan. De lopen zijn gevat in een koperen mantel, waar ook nog koelwater in gegoten kon worden.

De goed haalbare vuursnelheid was 400 schoten per minuut en dit bleek de meest praktische, meest betrouwbare en goedkoopste mitrailleur van die tijd te zijn.
Dit stukje gereedschap bezat dus alle eigenschappen, die wij Nederlanders waarderen, vooral de laatste van de drie.

 

De Gorinchemse vesting artillerie

NWG 18091904 Oefening vesting artillerie vergroot
Nieuwe Gorinchemsche Courant 18 september 1904: Oefening vestingartillerie

Het garnizoen van Gorinchem bestond voornamelijk uit vestingartillerie, welke natuurlijk de rekruten moest opleiden, dus er werd veel met kanonnen op de vestingwal geoefend.

Nu was het gebruikelijk, dat bij de aanschaf van nieuw geschut, dit eerst naar de veldartillerie ging en het oude geschut doorgeschoven werd naar de vestingartillerie. Maar bij het in dit krantenbericht genoemde geschut zit ook wel enig (voor Nederlandse begrippen) redelijk modern geschut. De vestingartillerie heeft nooit over hydraulisch gedempt geschut beschikt. Het 1e hydraulisch gedempte kanon in de Nederlandse landmacht was dat jaar net bij de veldartillerie in de bewapening gekomen, op 9 januari 1904. In Nederland heette dat heel correct een kanon met rem- en vooruitbrenginrichting. We zullen de Gorinchemse kanonnen behandelen in volgorde van dit krantenbericht.

 

Kanonnen van 10 cm

Kanon 10 cm brons op hoge affuit, 1890 andere zijde

Kanon 10 cm brons op hoge affuit, in de Nederlandse bewapening opgenomen in 1874, type achterlaad, munitie buskruitgranaten, dracht ca. 4 km.

 

Kanonnen van 15 cm K.

Kanon 15cm kort links

Het kanon 15 cm K. Officieel heet dit: kanon 15 cm Kort op hoge affuit. Het was van brons, type getrokken achterlader, munitie brisantgranaten, dracht 5800 m. In de Nederlandse bewapening opgenomen in 1880.

 

Mortieren 15 cm:

Mortier 15cm 1889

Mortier van 15 cm, type getrokken achterlader, munitie brisantgranaten.
Ingevoerd in de Nederlandse bewapening in 1884.

 

Kanonnen 12 cm L. St.

12 lang staal met bemanning

Kanonnen 12 cm L. St., staat voor: kaliber 12 cm, lang model, gemaakt van staal, type getrokken achterlader, gewicht 3500 kg, hoogste haalbare vuursnelheid 1,5 schot per minuut, dracht 7500 m, bediening door 1 stukscommandant en 6 kannonniers, tractie 6 paarden van zwaar slag. Dit is een oefening, waarschijnlijk op schietkamp Oldebroek in 1939. Deze kanonnen zijn in de Nederlandse bewapening ingevoerd in 1878, maar nog ingezet tegen de Duitsers in mei 1940 en zelfs met enig succes.

 

Kanonnen 12 cm L. Br.

Kanon 12cm lang brons tekening

Van de 12 cm lang brons hebben we alleen dit plaatje, type getrokken achterlaad, munitie buskruitgranaat, dracht circa 4 km. Ingevoerd in de Nederlandse bewapening in circa 1873.

 

Niet in het krantenartikel maar soms ook wel in Gorinchem op bezoek: de “8 staal”.

8 staal beschr onderd

Aangeschaft bij Krupp in Duitsland in 1880. Het exacte kaliber was 84 mm de maximum dracht 5000m.
Het Nederlandse leger gebruikte deze oude kanonnen nog tegen de Duitsers in de Tweede Wereldoorlog.
En ook weer met enig succes, op 10 mei 1940, gedurende de slag om Mill in de Peel-Raamstelling.

 

Kanonnen 8 cm brons:

Kanon 8cm brons A op remise affuit

Ja, deze kanonnen had de vesting Gorinchem ook nog. Ze werden waarschijnlijk als flankeringsgeschut gebruikt, want we komen ze tegen in een flankeringsbatterij, aangegeven op een plattegrond van de Genie.
Dit is een bronzen kanon met een kaliber van 8 cm en een bereik van 3500 m. Het is hoog gemonteerd, op een simpel affuit, door middel van een ijzeren A-frame.
De hoogte is nodig voor opstelling achter borstweringen, op vestingwallen. Dit is dus typisch vestinggeschut.

Hiermee eindigt deze beschrijving van de ontwikkeling van de bewapening en de toegepaste vestingwapens.

Naar pagina DE VESTING GESCHIEDENIS, of naar boven MENU

Advertenties