Deel 2: Rampjaar 1672; een waterlinie wordt gesteld; Gorinchem is onwillig!

Deel 2:
Onverantwoord tijdverdrijf leidt uiteindelijk toch tot een
Hollandse Waterlinie

Koning Lodewijk verkeert in een overwinningsroes en gaat even achterover zitten, in plaats van het vluchtende leger van de Republiek op de hielen te zitten.
En de Staten Generaal van de Republiek nemen gewoon nog even de tijd om een discussie te voeren over de verdere verdediging van het land.

De nu bekende verdedigingslinies zoals de Grebbelinie en de Utrechtse Waterlinie bestonden toen nog niet, maar men wist al wel dat die gebieden geschikt waren voor het aanleggen van een waterlinie en dus verdedigbaar waren. Raadspensionaris Johan de Wit had deze ideeën nog recent onder de aandacht gebracht en ook het retranceren (voorzien van verdedigingswerken) van de rivier de (Hollandse/Utrechtse)Vecht.


 De Nederlandse verdedigings(water)linies, ontwikkeld tussen 1600 en 1900.
De Nieuwe Hollandse Waterlinie (rood) werd in het begin de Utrechtse Waterlinie genoemd.
Afbeelding van http://forten.nl/

Binnen de republiek der Verenigde Nederlanden was er echter na-ijver ontstaan tussen Holland en de overige provincies, vooral tussen Utrecht en Holland. Uit afgunst ten opzichte van Holland had Utrecht deze verdedigingsplannen op Utrechts grondgebied tegengewerkt en waren deze niet tot ontwikkeling gekomen.

Echter begin 1672 was de Franse dreiging duidelijk en op 22 januari namen de Staten van Holland het initiatief om Utrecht weer hierover te benaderen. Op 26 januari werden gecommitteerden van beide provincies, waaronder maarschalk Wirtz, belast met een onderzoek, betreffende het retranceren van de Vecht en de Vaartse Rijn. Zij brachten al op 6 februari rapport uit, waarna onderhandelingen werden gestart tussen Holland en Utrecht. Echter binnen de provincie Utrecht waren diverse tegengestelde belangen en voorwaarden, waardoor men niet uit de discussie kwam, welke linie het eerste te maken en de onderhandelingen werden begin maart afgebroken.

Johan de Wit, raadspensionaris van het gewest Holland.            Wikipedia publiek domein

Echter eind maart benaderde de raadspensionaris Johan de Wit de vertegenwoordiger van de provincie Utrecht in de Staten Generaal, met het verzoek om de onderhandelingen voort te zetten.
Dit werd gedaan en men besloot uiteindelijk dan maar de Utrechtse Waterlinie als eerste te maken.
Hoewel er nog diverse bezwaren werden ingebracht,  kwam het zelfs tot een contract en men startte op 7 mei met de uitvoering. Echter de betrokken ingenieurs gaven aan, dat de bodemgesteldheid zodanig bleek te zijn, dat het werk veel duurder zou worden dan begroot, dit was voor beide provincies direct reden om het toch al schoorvoetend overeengekomen werk stil te leggen.

Prins Willem III, Willem Hendrik van Oranje-Nassau, later stadhouder van Holland, Zeeland, Utrecht, Gelre, Zutphen, Overijssel en Drenthe. Daarna Koning Willem III van Engeland, Schotland en Ierland.                                                Wikipedia publiek domein.

Nadat het leger bij Utrecht was aangekomen werd op 16 juni om 17:00 uur de prins van Oranje en overige legerleiding door de Staten van Utrecht ontboden, om de verdediging van Utrecht te bespreken. Hoewel de bevolking van de stad Utrecht de macht had gegrepen en het leger niet binnen liet, stond de prins welwillend tegenover het verzoek om Utrecht te verdedigen. Echter enkele gedeputeerden waren van mening dat het leger beter naar Holland kon gaan. Intussen was er ook discussie in de Staten Generaal en besloot men dat vanwege de onwil van Utrecht, men terug moest trekken op Holland. Dat bericht werd verzonden.

In afwachting van het bericht van de Staten Generaal gaf de prins in een vervolgbespreking met de Staten van Utrecht op 17 juni aan, dat voor het in verdedigbare staat te brengen van Utrecht, de voorsteden afgebrand zouden moeten worden. Dit stuitte uiteraard weer op bezwaren.

Utrecht in 1649, uit Blaeu’s Toonneel der Steden in de Atlas van Loon, Willem en Joan Blaeu.                  Publiek Domein.

Klik eens 2x op de kaart, dan zijn in groot detail de Utrechtse vestingwerken in overgangsfase middeleeuws/”modern” en de “voorsteden” te bekijken.

Op bovenstaande kaart is te zien, wat er met “voorsteden” werd bedoeld. Utrecht is nog omgeven door een middeleeuwse muur met torens, welke men heeft versterkt door er aan de binnenzijde een wal van grond tegenaan te leggen en voorzien van Italiaanse bastions met een brede gracht. Echter daarbuiten zijn allerlei kwekerijen, tuinen, optrekjes en zelfs veel huizen. Waarschijnlijk zijn hieronder vele lustoorden der gegoede burgerij. Die dus protesteerde tegen het platbranden.

Intussen had men in de Staten Generaal het bericht gekregen, dat de regering van de stad Utrecht toch genegen was de stad te verdedigen en zond een nieuw bericht dat de prins en de gedeputeerden naar bevinding van zaken konden handelen. Dit bericht kwam te laat, want de prins en de gedeputeerden hadden inmiddels besloten, om op Holland terug te trekken, dat in de nacht van 17 op 18 juni werd uitgevoerd. Een bericht werd in die tijd per koerier te paard, of per koets, of trekschuit overgebracht en dat duurde in dit geval ca. 6 uur.

Men had dus, terwijl het land in rep en roer was en diverse invasielegers in rap tempo binnentrokken, nog twee dagen aan discussie gewijd. Twee dagen later werd de vesting Naarden (tegen de waterlinie aan) al door de Fransen bezet.
Een typisch Nederlandse gang van zaken?
Deze geschiedenis zou zich inderdaad nog herhalen. Hoezo; leren van onze geschiedenis?

 

Advertenties