6000 geweren in Gorinchem!

Militair vuursteengeweer met gladde loop van het type M1815. Museum Flehite. Gebruiksrecht
http://www.europeana.eu/rights/rr-f/

In het boek Nederlandse vuurwapens 1813-1866 wordt vermeld, dat er in maart 1842 vanuit Gorinchem 6000 geweren naar Maastricht werden gestuurd. Dat wil dus zeggen dat er toen in het Arsenaal (Tuighuis) in de Boerenstraat dus minstens 6000 van deze geweren in voorraad waren.

Wat was er aan de hand?
Het departement van oorlog had besloten om in Maastricht een werkplaats in te richten, waar met onderdelen van de wapenindustrie in Luik, alle Nederlandse vuursteengeweren omgebouwd zouden worden naar percussiegeweren.
Op 21 januari was die werkplaats gereed en de eerste zending geweren ter ombouw kwam uit Gorinchem.


Dit is een vuursteenslot op een willekeurig geweer in het Nationaal Militair Museum (foto Hugo Ouwerkerk).

Wat is een vuursteengeweer?
Zie de foto hierboven; een vuursteengeweer werkt met een z.g. “vuursteenslot”. met “slot” wordt het afvuurmechanisme bedoeld. Dit bestaat uit een haan, welke is voorzien van een klem, waar een stukje vuursteen ingeklemd kan worden. Daar tegenover (rechts) zit naast de loop een kleine holte dit is de kruitpan. Tussen de kruitpan en de loop zit een klein gaatje in de loop. Met de naar rechts wijzende lip is de deksel van de pan opengedrukt. Als de pan gevuld is met buskruit, wordt de lip in verticale stand gezet en is de pan gesloten. De haan wordt nu tegen veerdruk in naar achteren gespannen. Wanneer men nu de trekker overhaald, dan klapt de haan naar voren en de vuursteen slaat tegen de verticale lip van de pan. Er ontstaan vonken, terwijl de haan ook de kruitpan openslaat. Het buskruit ontsteekt door de vonken en ontsteekt via het gaatje het buskruit achter de kogel in de loop en het schot gaat af.

Wat is een percussiegeweer?
Een percussiegeweer werkt uiteraard met een percussieslot. Hierbij is de kruitpan vervangen door een z.g. “schoorsteentje”, waarop een slaghoedje kan worden geplaatst.
De Schot Alexander Forsyth had tussen 1805 of 1807 het slaghoedje uitgevonden en het daarmee gebruikte percussieslot. Echter het duurde tot ca. 1840 voordat dit systeem voldoende betrouwbaar werd voor militair gebruik. In Nederland had men van militaire zijde de diverse in gebruik zijnde ombouwsystemen van vuursteen naar percussie getest en getracht zelf verbeteringen te ontwikkelen. Uiteindelijk koos men voor de in Luik ontwikkelde versie, voorzien wat kleine Nederlandse verbeteringen.

Bron: http://museumrotterdam.nl/collectie/item/41944 Gebruiksrecht: http://creativecommons.org/licenses/by/3.0/

Dit sappeursgeweer M1815 is voorzien van een percussieslot. De haan met vuursteen is vervangen door een massieve haan (hamer), de kruitpan en het gaatje in de loop zijn dichtgemaakt en bovenin de loop is een schoorsteentje geschroefd. Dit schoorsteentje had een klein kanaal, waardoor het ontploffen van het slaghoedje het buskruit in de loop ontstak. Dit geweer is overigens afgeleid van een ander Napoleontisch Frans geweer dan het eerst getoonde standaard geweer M1815 (no. 1 en no. 2) en is een stuk korter. Sappeurs maakten sappen. Sappen is een ander woord voor (naderings)loopgraven. Bij dat werk was het hebben van een lang geweer niet handig, dus sappeurs hadden een korter geweer.

Percussie legerpistool model M 1815. Fragment van NG-NM-4861-29 Rijksmuseum.

Dit is het percussieslot op een pistool, wat min of meer hetzelfde is als op de geweren.
Bij de aangepaste geweren en pistolen was de bestaande kruitpan dichtgemaakt. Hier is helemaal geen kruitpan aanwezig, dus dit is een nieuwgemaakt pecussiepistool.
Op het ruwe gedeelte van het schoorsteentje werd het slaghoedje geplaatst. Wanneer er geschoten moest worden, dan werd de hamer naar achteren gespannen en bij het naar achteren trekken van de trekker kwam de hamer vrij, die dan op het slaghoedje sloeg.

In plaats van nieuwe geweren aan te schaffen, liet Nederland dus alle in 1815 ontwikkelde en nieuw aangeschafte vuursteengeweren met gladde loop, ombouwen naar percussiegeweren met gladde loop. Maar inmiddels had de getrokken loop (inwendig voorzien van spiraalvormige groeven) al zijn intrede gedaan bij jachtwapens en bij karabijnen. Het zou niet lang meer duren tot ook geweren en kanonnen een getrokken loop kregen.

Bron voor dit artikel: het boek Nederlandse vuurwapens, landmacht, marine en koloniale troepen, 1813-1866 door drs B.J. Martens / drs G. de vries.

Advertenties